Ik strooi een hand zeezout in het water dat uit de kraan het bad in kolkt. Helpt tegen een droge huid, zei de vrouw van de natuurdrogist vanochtend. Ik vroeg haar wat het verschil was tussen badolie en olie-gewoon. Emulgator, zei ze. Je kunt wel gewone olie gebruiken, dan moet je ‘m mengen. Met melk of honing. Ezelinnenmelk, dacht ik.  Er stond propopoliscrème op de balie. Gelei voor de koninginnebij.
Ik dacht aan piramides en Cleopatra en wilde dat ik me zelf nog een beetje een koningin kon voelen, met mijn tasje met vier dure, nieuwe bh’s onder mijn arm. Een zwarte, een groene, een poederroze en een huidkleurige.
Anders nog iets? vroeg ze.
Ik had gewoon zin om iemand op te bellen om over meisjesdingen te praten. Dus ik belde Reidun. Om te zeggen, ik heb vier bh’s gekocht, een zwarte, een groene, een poederroze en een huidkleurige. Zo’n saaie voor onder een wit t-shirt.
Het stromende water maakt me te veel herrie en ik zet de hendel om voor de douchestand. Ik duw de sproeikop onder water. Stil.
Ik zet de kraan wat kouder en laat me in het water zakken. Het is eigenlijk nog te heet.
Reidun nam niet op.
Later appte ze ‘druk schat, bel je later’.
De vrouw van de bh-winkel fronste toen ze over mijn schouder meekeek in de spiegel en de bandjes goed deed achter op mijn rug. Ik zag haar ogen van links naar rechts schieten. ‘Niemand heeft twee dezelfde borsten hoor’ zei ze. Ze frunnikte wat aan het bandje. ‘Ik haal even een andere voor je, deze is links toch te klein.

~

‘Geef maar meteen terug die je niet wilt.’
Ik pak de bh’s aan die mevrouw heeft gepast en afgekeurd. Drie bh’s uit de sale – en twee bralettes. Ze houdt niet van glibberstofjes en niet van felle kleuren begrijp ik. Ik loop naar achter om alles terug te hangen en een groene voor haar te zoeken. Haar lievelingskleur, zei ze. Ik vind nog een afgeprijsde in haar maat. Kan ik haar blij maken en dat mag ook wel. Want het is goed mis.
Vertel mij wat.
Ze kunnen me wel aannemen in het ziekenhuis, ík heb geen scanner nodig. Nee echt.
Sandra zei vorige week nog: de dames hebben hun bloesje nog niet uit of jij ziet ‘t al. De knobbels. De raar ingetrokken tepels. De bubbelige huid. De gemene harde erwten onder de oksels. Maar deze klont had Sandra ook kunnen zien met haar jonge, onervaren ogen. Van ‘n afstand. En de mevrouw zelf ook.
Een beetje verschil is er altijd, maar als ze links en rechts een cupmaat verschillen, van nature zeg maar en ze wéten dat, dan zeggen ze het meteen. Ze kijken er een beetje moeilijk bij, en dan zeg ik geruststellend, dat lossen we op mevrouw, daar staan we bij hier bij Peeters om bekend, en dan knikken ze opgelucht. Meestal zijn ze doorverwezen door een vriendin die ook zoiets heeft.
Clarissa vindt dat ik niks moet zeggen. Ze zegt dat ze niet bekend wil worden met dat je bij Peeters een bh gaat kopen en met kanker naar huis gaat. Dat ze daar het familiebedrijf niet voor overgenomen heeft.
Ik vind dat ik het wel moet zeggen. Altijd. Had iemand het tegen mijn moeder gezegd, dan had ze op mijn bruiloft kunnen zijn. Maar makkelijk is het nooit.
‘Hier mevrouw, ik heb nog een groene gevonden.’
Ik schuif het gordijntje weer een discreet spleetje open en geef de bh aan. Ze staat in haar blote borsten maar ze is zo’n typ dat daar niet mee zit.
‘Ook nog leuk afgeprijsd. Boffen hè, er is veel blijven hangen door de lockdown. Kijk, deze is ook wat lager uitgesneden dan die paarse.’
Ik kijk via de spiegel nog een keer. Ik zie dat mevrouw mijn ogen volgt die van links naar rechts gaan. Ze strijkt met de binnenkant van haar arm langs haar linkerborst. Ze kijkt kritisch.
‘Niemand heeft twee gelijke borsten,’ zeg ik. Ik probeer het zacht te laten klinken. Ik haal een andere bh, de groene die ze inderdaad mooi vindt.
‘Kijk, ik heb hem nog een maatje groter.’ Ik maak het rechterbandje meteen wat strakker. Hij past netjes.
Als ik er dan zo nodig wat van wil zeggen, dan ná het afrekenen, heb ik Clarissa beloofd.
‘Wil je een klantenkaart?’

~

De winkeljuffrouw strikte het tasje dicht met een roze lint en terwijl ze het me aangaf, zei ze ‘ik zou toch even naar de huisarts gaan’.
Als Reidun opgenomen had, had ik verteld over het leuke kantje aan de groene. Over de onzin van huidskleur, want welk stuk van mijn huid heeft dan die kleur? En zo egaal. En dan had ik dat verteld van de badolie, en dat ik twee geuren genomen had. En dan had ik het misschien kunnen vragen. Wat zij zou doen. Met zo’n knobbel.
Ik trek de stop uit het bad en begin me af te drogen.

Iris Roggema
23 maart 2021