Oh varken, wijs varken, vleesgeworden intelligentie. Jij met je vrolijke oren en heerlijke rug. Parmantige hakjes. Een staart die spreekt. Je eet alles, je geeft alles. Twintig biggen, huid en haar. Ik luister naar je knorren.
Met je goddelijke snuit vind je in de aarde wat verteerbaar is, genietbaar. De truffel en de worm, de eikel en wat overschoot: we staan in de kring waarin dood en leven elkaar eeuwig de hand geven. Je bent je situatie gewaar, je laat van je horen én je bent een aanpasser, inschikker, kiloknaller als je pech hebt. Je zei ‘een varken blijft hoe dan ook een varken, ook waar ik niet kan scharrelen, ook als jij me eet’. Je kern blijft altijd heel als je je eigenheid beschermt. In het kot en in het woud. Dat zelf-behoud is wat je me leert, varken.
Je baadt in de modder.
Je bent bereid.

Zuiden, keelchakra
12 september 2019