Oh zeehond.
Mooie vrouw met je speklaag, meermin in zilveren bontjas, je duikt door de spiegel. Nat op je huid. Droog in de zon en de wind. Je wuift naar de veerboot en duikt naar de haring, je bent er en niet, onzichtbaar voor mij waar jíj ziet als de beste of tast met je snorren, onder water waar jij je weg vindt, je maal, duizendmaal.
Oh zeehond.
In je halfslaap op zee als je drijft als een boei, vis je verhalen uit nevels en flarden ver en nabij. Onderstromen overstromen.
En je leert me te kijken zo, zo niet-kijkend, onziend, en door mij zichtbaar maken. Op de hartslag van de liefde.
Zo ruim is je hart, als de wereld.
Zo soepel je rug en je staart.
Je zwemt, je wendt, je duikt, geeft de magiër haar vorm aan, en weer dieper duik je.

En dan rust je uit.
Oh zeehond.

dav

Hartchakra, noorden
2 juni 2019