De wolvin kijkt om. Ze staat. Ze gaat.
Oh Wolvin, je gaat je onbekende eigen weg, met je neus en staart laag, in een vlugge draf. Je weet niet waarheen, je gaat, omdat dat is wat je wil. Je gaat en keert en gaat tot je dat vindt waarvan je niet wist dat je het zocht. Iets dat lijkt op thuis, maar dan nieuw en ver weg.  Waar je je eigen volwassenheid kunt vinden. Waar ruimte is en niet te veel verwarring. En eten dat je niet in de bek blijft plakken, zoals de schapen die als reisvoer dienden. En dan wacht je op je soortgenoten: je hebt het spoor uitgezet en markeert je terrein. Je blijft grotendeels onzichtbaar, toch maak je diepe indruk.
Want je bent de wildheid.
Want je bent een krachtdier.
Want je herstelt het evenwicht.

Zuiden, derde chakra
4 mei 2018