Oh ringslang! Steeds vervel je.
Je verstart en verstilt.
Je hebt weerstand nodig, iets wat schuurt, om weer een laag van de tijd achter te laten en je slangenhemd uit te trekken. Zo groei je in je eigen vel, dat dan het beste past. Niet dat je geschiedenis geen sporen mag achter laten – nee, maar je ontdoet je van wat knelt en niet meer van jou hoeft te zijn. Dat is je doel.
Slangenschrik is je deel, al verworg je niet wie groter is dan een kikker of een muis. Zelf ben je prooi van velen. Je blaast van je af en werkt dat niet? Dan is misleiding je wapen: voor dood leg je je, bloedend uit je open bek, stinkend in je eigen vuil, zo ben je niet te vreten. Levend niettemin.
Met je tong proef je de richting en met je lijf voel je geluid, synestheet van nature, waterslang van kop tot staart met de aarde verbonden.
Je hebt weinig eten nodig, omdat je de temperatuur van de omgeving aanneemt. Opgerold lig je te zonnen, opgewarmd richt je je op vanaf je staart. Je dans verleidt je partner.
Je jaagt in stilte, alleen, maar je eieren zet je af waar je zusters het ook doen. Het beste plekje delend, veiligheid voor je broed.

Je wijsheid is een glimlach.
De glimlach van een slang.               

Westen, eerste chakra
21 januari 2017