Ezeltje, ezeltje wat ben je lief. Je grote hoofd, je gevoelige oren, je zachte ogen, je ruige vacht. De vliegenmepper aan je gat.
In je lichaam ben je.
Je kracht.
Je liefde.
Je stevige poten.
Je durft over smalle paadjes, niet snel, wel zeker.
Je kunt veel dragen, maar verdraagt niet wat het hart belast, je leert me dat onderscheid te zien. Je zegt: ‘Geduldig verdragen lijkt nobel, maar dat is het niet. Draag met liefde. Of draag niet.’
Wat echt losgelaten is, breng je voor me weg – je zegt niet waarnaar toe, je verdwijnt uit het zicht, weg is weg, als je er nog over denkt waar het blijft, is het niet echt losgelaten. Dat leer je me.
Je komt in beweging op motivatie, niet op dwang. Wie dat niet begrijpt, noemt je zo koppig als een ezel.
De tredmolen, de oliepers, de dorsvloer, de bergweg – je vindt het prima om in je spoor te blijven, dóór te lopen. Want zo simpel is het wat jou betreft. Je loopt als je niet stopt. Dat is een kwaliteit: overgave aan een ingezette beweging.
Ondertussen ben je waakzaam.

Je bent thuis op de aarde, je zoekt de hemel noch de diepte, je weet dat wat daar is, ook hier is. Hier, in het hart. Meer dan voldoende.
Je staat er bij als in de stal de messias geboren wordt.
In je oog zie ik het universum.
Want je zachte snoet snuffelt in mijn hals.

Hartchakra, zuiden
23 december 2018