Oh, uil, jij toverdier. Jij heks, jij magiër. Jij geruisloze zwever met je intens zwarte ogen, je sinistere roep en je veren als de bast van de bomen. Focus is je kracht.
Je hoort waar je wezen wilt en vliegt vol vertrouwen de nacht in. Zo krijgt het duister vorm en maat – gewoon door te gaan. In je kielzog blijft er ruimte: de wereld is hetzelfde gebleven en toch volkomen veranderd.
Want jij kwam voorbij.

Jij kwam voorbij en je gaf me je tekens van leven, fluisterend. Een streling, beweging van lucht, een ademtocht, een schuifeling. Je raakte me aan in het holst van de nacht. Brenger van dromen die verder gaan. Je werkt op de achtergrond.
Je zei: De onzichtbaarheid is begin en eind. Het is de bron. De bron van het mysterie dat in en om ons is. De Grote Onkenbare Dimensie.
Je zei: Schuw het daglicht. Wat je ziet bij de maan of in het nog mildere sterrenlicht is precies voldoende. Eer het verborgene.
Je zei: Een uilenveer is goed om de laatste haren uit de soep te halen. Pas als die kristalhelder is, er geen ruis meer is, jij geen ruis meer veroorzaakt, sta je open voor steunende energie.
Wees niet bang, het einde is een begin. Alles is een cirkel, geloof dat nou maar.
Geloof nou maar

Ik stond versteld en samen vlogen we verder je ruimte in
Door donker en sterrenlicht

Oh uil
Ik dank je zeer

Bosuil

Oosten, zevende chakra
29 augustus 2021

Naar de andere Odes aan het pad