O buizerd, bruine rover met je brede vleugels, wat ben je nabij. In al je gedaantes. Kalme paalzitter, verheven zwever op warme lucht, hoog. Je jaagt laag boven de velden, je volgt het ritme van de muizen met je scherpe ogen. Of je wacht af langs de weg. Wat daar sterft onder de wielen is een makkelijke maaltijd – en dat past je: energie verzamelen, de gelegenheid te baat nemen, vanuit rust bewegen. Als het er op aan komt eet je regenwormen. Zo werd je van zeldzaamheid een algemeen aanwezige.

Wat je me leerde is om niet vast te klampen aan één verschijning, één persona, één beeld. Het een is niet beter of belangrijker dan het ander. Het is er gewoon. Je bent zitter én zwever, jager én eter van aas. En soms niks van dat alles maar een felle verdediger van je horst, je sterke klauwen gevaarlijke wapens. Zo laat je je verjagen door een stel kauwtjes, zo scheur je een groot dier open om er van te eten. Altijd ben je buizerd.

Op je borst staat een V – ik meen dat die voor Vrijheid staat.

Je miauwt, laat je horen.
Je leidt de blikken naar de hemel.
Je maakt de luchtwegen zichtbaar.
Je ziet de wereld uit de hoogte.
Als het nodig is trek je ver.
En je verzorgt je nest met frisse groene takken.

Altijd ben je buizerd.

Het ei breekt als het tijd is.

Derde chakra, oosten
9 oktober 2018